Jaarverslag 2017

Leningenportefeuille, berekening kasgeldlimiet en risiconorm

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bepaalt de maximale omvang van de externe kort-geldpositie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld van de gemeente mag maximaal 8,5% bedragen van het begrotingstotaal van de gemeentebegroting. Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. De kasgeldlimiet 2017 bedroeg 80 miljoen euro. De limiet is in 2017 éénmaal overschreden van 27 januari tot 7 februari. Uw raadscommissie F&V is daarover destijds geïnformeerd.

 

Modelstaat A: Kasgeldlimiet (bedragen x 1.000 euro)

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Omvang vlottende korte schuld (A)

52.260

57.980

37.811

62.106

Opgenomen gelden < 1jaar

37.944

52.033

29.783

51.098

Schuld in rekening-courant

14.315

5.947

8.029

11.008

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

 

 

 

 

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

 

 

 

 

Vlottende middelen (B)

419

2.651

1.489

1.654

Contante gelden in kas

 0

0

0

0

Tegoeden in rekening-courant

419

2.651

1.489

1.654

Overige uitstaande gelden < 1 jaar

 0

0

0

0

Totaal netto vlottende schuld (A-B)

51.841

55.329

36.323

60.452

Toegestane kasgeldlimiet

79.914

79.914

79.914

79.914

Ruimte onder de kasgeldlimiet

28.073

24.586

43.592

19.462

Begrotingstotaal 2017 (C)

940.167

940.167

940.167

940.167

Percentageregeling (D)

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

Kasgeldlimiet (C x D)

79.914

79.914

79.914

79.914

 

Korte Mismatch limiet
Gedurende het jaar wordt een deel van de kortlopende middelen gebruikt voor dekking van het lange financieringstekort. Dit is voordelig, omdat de korte rente over het algemeen lager is dan de lange rente. Omdat deze mismatch-financiering leidt tot een vergroting van het renterisico (het risico dat bij een stijgende of hoge rente geconsolideerd moet worden) mag, rekening houdend met een ijzeren voorraad aan korte middelen, maximaal 12,5% van de netto vaste schuld (ofwel 113 miljoen euro) met kort geld worden gefinancierd. De gemiddelde benutting was 95 miljoen euro en de limiet is niet overschreden.

Renterisiconorm
De renterisiconorm is een wettelijke limiet en beperkt de vaste schuld die in enig jaar voor aflossing of renteherziening in aanmerking komt tot 20% van het begrotingstotaal. In modelstaat B wordt het renterisico op de vaste schuld berekend. Uit de berekening blijkt dat het renterisico op de vaste schuld in 2017 onder de wettelijke norm is gebleven.

 

Modelstaat B: Renterisiconorm
 en renterisico's vaste schuld 2017-2020

 

 

 

 

(Bedragen x 1.000 euro)

2017

2018

2019

2020

1.   Renteherziening

0

5.956.

820

9.786.

2.   Aflossingen

76.625

43.503

61.879

118.198

3.   Renterisico

76.625

49.459.

62.699

127.984

4. Rente risiconorm

188.000.

188.000

188.000

188.000

5. Ruimte onder renterisiconorm

111.376

138.541

125.301

60.016

4a.  Het bij ministeriële regeling
 vastgestelde percentage

20%

20%

20%

20%

4b.  Begrotingstotaal 2017

940.167.167

940.167

940.167

940.167

4. Rente risiconorm

188.000.000

188.000.

188.000

188.000

 

Lange mismatch-limiet

Van de korte vermogensbehoefte mag een bedrag tot maximaal 5% van de netto opgenomen vaste schuld met langlopende leningen worden gefinancierd. In 2017 is hier geen gebruik van gemaakt.

 

Vervroegde aflossing langlopende leningen

In 2017 waren er geen leningen die voor vervroegde aflossingen in aanmerking kwamen.

 

Kredietrisico’s op verstrekte gelden

Onderstaand onderdeel geeft de kredietrisico’s op verstrekte gelden weer. Het betreft verstrekte leningen als uitgezet kasgeld en overige creditposities bij financiële instellingen. Hierbij zijn de uitgezette bedragen per risicogroep aangegeven.  

 

Kredietrisico op verstrekte gelden 

 

 

Risicogroep

Restantschuld 

(x 1.000 euro)

%

Gemeenten/ Provincies

 

 -

Gemeentelijke Grondexploitatie

203.000

58,6%

Overheidsbanken

-

-

Woningcorporaties met garantie WSW

108.056

31,2%

Semie overheidsinstellingen

-

-

Financiële instellingen (AA en hoger)

1.131

0,3%

Overige toegestane instellingen volgens Treasury statuut

34.046

9,8%

Niet toegestane instellingen volgens Treasury statuut

-

-

Totaal

346.233

100,0%

 

In 2017 is de portefeuille van Woningcorporaties verder teruggelopen met 12 miljoen euro. Bij de overige toegestane instellingen zijn twee nieuwe leningen verstrekt.